Prikken voor de punten en een schone wijk

Zo’n beetje elke woensdag gaan Hasina, Amira en Yassira samen met andere kinderen de straat op, richting de binnentuinen van Moerwijk. Gehuld in een fluoriserend hesje en met een knijpstok in de hand maken ze er het groen schoon. “Bewoners klaagden over troep, die ruimen de kinderen nu op”, vertelt studente Sarah die het bataljon begeleidt.

Als beloning voor hun inzet krijgen de kinderen punten: Crownies. Sarah: “Iedereen die meehelpt, krijgt 45 punten per keer. Daar kunnen ze bijvoorbeeld een tegoedbon voor Bart Smit mee halen. Sommigen, vooral de jongens, hebben zelfs voor een Playstation gespaard. Dat heeft ze anderhalf jaar gekost, elke woensdagmiddag!”.

Een spelcomputer lijkt niet op het verlanglijstje te staan van de drie dames. Die hebben nog niet echt een concreet spaardoel. “Ik denk dat ik mijn punten inwissel voor tegoedbonnen”, klinkt het in koor. Wat ze ervoor kopen zien ze later wel, voorlopig hebben ze even andere dingen aan het hoofd. In de binnentuin ligt namelijk een hoop troep die de blauwe vuilniszak in moet.

Meer info
www.crownies.nl

Fotografie: Jurriaan Brobbel

Wijknet heeft een wereld voor ons geopend

Bewoners en professionals die in Moerwijk actief zijn, komen maandelijks bij elkaar voor een overleg van Wijknet. Anderhalf uur wordt er gepraat, daarna gaan de handen direct weer uit de mouwen. Er is namelijk genoeg werk aan de winkel. Hélène Bakker is er stee-vast bij: “Die anderhalf uur per maand is het zeker waard!”.

In Wijknet zitten medewerkers van zorg- en welzijnsinstellingen en woningcorporaties, ambtenaren van de gemeente Den Haag, wijkagenten maar ook creatieve ondernemers. Die laatste groep noemt Hélène, begeleider bij Middin, een ‘waardevolle toevoeging’. “Onze doelgroep, mensen met een licht verstandelijke beperking, is een kwetsbare. Doordat creatieven steeds actiever worden in Moerwijk en mooie projecten organiseren, openen ze voor onze cliënten ook werelden”, vertelt ze.

Door Wijknet heeft Hélène meer zicht gekregen op wat er allemaal gebeurt in Moerwijk en zijn er korte lijnen tussen de professionals ontstaan. Dat maakt dat de professionals elkaar snel kunnen informeren over problemen, maar ook over nieuwe initiatieven. “We helpen elkaar, dat helpt de wijk”.

Lang hoeft Hélène niet na te denken over een goed voorbeeld van hoe Wijknet voor Middin zichzelf heeft bewezen. “Een paar jaar geleden waren we op zoek naar manieren om onszelf zichtbaarder te maken in de wijk. Daarover raakten we in gesprek met Annelies de Groot van Stichting Mooi die ons daarbij heeft geholpen”.

Resultaat

Op het resultaat van die Wijknet-samenwerking is Hélène bijzonder trots. “Middin heeft een Trefpunt aan het Heeswijkplein. Dat is een plek waar mensen terechtkunnen voor een praatje en advies, maar ook kunnen cliënten en mensen uit de wijk er samen eten. We zien dat het werkt, want ook de wijkverpleegkundige en wijkagent komen er langs. Dat maakt dat het contact met de mensen laagdrempelig is”.

Voor de cliënten van Middin verwacht Hélène dat Wijknet de komende jaren nog veel meer kan betekenen. Want als er evenementen en activiteiten worden georganiseerd, kunnen cliënten volgens Hélène op hun manier een steentje bijdragen door mee te helpen. “Organisaties als de onze zijn nu veel meer naar buiten gericht dan vroeger. Wijknet heeft een hele wereld voor ons geopend. Het helpt enorm dat je elkaar sneller kunt vinden en in principe staan we altijd open voor samenwerkingen. Verbindingen zijn namelijk belangrijk, zeker voor Moerwijk”.

Fotografie: Jurriaan Brobbel

Ik wil dat de Moerwijker lekkerder in zijn vel komt te zitten

De troonrede van Edu van Deursen

De ondernemersgeest van Edu van Deursen maakt nog altijd overuren, ook al is hij gepensioneerd. In zijn huidige rol als voorzitter van korfbalvereniging HKV/Ons Eibernest wil hij wat terugdoen voor de wijk waar hij als kind veel plezier beleefde. Zijn doel is duidelijk: Moerwijk moet in beweging komen.


In de jaren ’60 verhuisde Edu als achtjarige met zijn ouders naar Moerwijk. “Dat was een tijd dat iedereen nog op straat was, de huisjes waren ook klein. Ouderen, maar ook kinderen die op straat voetbalden en kattenkwaad uithaalden. Ik deed daar vrolijk aan mee. Ik was veel op straat en voetbalde op de schoolpleinen. Wij sportten veel en vliegerden in het Zuiderpark. Het was een gezellige volkse wijk waar eigenlijk de eerste oranjegekte heerste zoals we die tegenwoordig kennen. Ik weet nog goed dat er tijdens het WK Voetbal van 1974 overal op straat tv’s stonden; samen keken we naar het Nederlands Elftal”.

‘Het was een gezellige volkse wijk waar de eerste oranjegekte heerste’

Door toeval belandde Edu in die jaren bij de Moerwijkse korfbalvereniging Ons Eibernest dat toen nog tussen de Sara Burgerhartweg en de Aagje Dekenlaan was gevestigd. “Ik was helemaal niet van plan om op korfbal te gaan, maar ik liep een keertje langs toen ze vroegen of ik mee wilde doen. Ze kwamen iemand tekort. Het was in die tijd korfbal of voetbal”.

Ons Eibernest was volgens Edu indertijd ‘het Ajax van het korfbal’ en won prijs na prijs. “Het was een vereniging om trots op te zijn en dat is het nog steeds. We hebben 300 leden en werken we met 100 vrijwilligers. Dat is best een prestatie, zeker nu”.

Omzwervingen

Bij zijn club vertrok Edu op twintigjarige leeftijd. Hij verhuisde uit Moerwijk en zou gaan spelen voor rivaal PAMS. Maar daar kwam jarenlang niet veel van. “Ik kreeg een baan bij een ICT-bedrijf en heb me daar opgewerkt tot het niveau dat ik 80 uur per week werkte. Op een gegeven moment was ik verantwoordelijk voor alle activiteiten van het bedrijf in Europa. Den Haag zag ik die jaren vooral vanuit het vliegtuig als ik er overheen vloog”.

In 2005 besloot Edu dat het wel welletjes was. Hij stopte bij het ICT-bedrijf en maakte zich op een voor een rustigere tijd. Maar stilzitten bleek niet helemaal aan hem besteed. Al rap vond Edu in zijn oude thuisbasis Moerwijk een nieuwe uitdaging: hij werd voorzitter van Ons Eibernest dat in de jaren negentig fuseerde met de Haagse Korfbalvereniging ‘Voorwaarts’ (HKV) en naar een locatie aan de Steenwijklaan in Morgenstond was verhuisd. Vanaf dat scharnierpunt probeert Edu zowel Moerwijkers als Morgenstonders in beweging te brengen. “De grens tussen die wijken ziet niemand eigenlijk. Alleen de gemeente”, aldus Edu.

Ambities

In de sporthal aan de Steenwijklaan zag de ondernemer wel potentieel. “Het is de oudste van het land, maar om geschikt te zijn als ‘sportief buurthuis van de toekomst’ moesten we wel flink verbouwen. We wilden dat er bij onze accommodatie verschillende sporten konden worden gedaan, binnen én buiten. Voor ouderen, maar ook voor jongeren en leerlingen van de scholen in de buurt”.

Met het gerenoveerde sportcomplex wil Edu de buurtbewoners letterlijk en figuurlijk in beweging brengen. “Het is een plek om te ontmoeten, bovenal om te sporten. Het aantal mensen dat aan sport doet in Zuid-West ligt beduidend lager dan in de rest van Den Haag, dat moet veranderen. Ik wil dat Moerwijk lekkerder in zijn vel komt te zitten… Dat is voor ons als vereniging goed, maar ook voor de gezondheid van de mensen. Het levert een win-winsituatie op”.

Speciaal voor senioren is Edu in samenwerking met allerlei organisaties gestart met sportieve activiteiten voor ouderen. “Het liefst zie ik ze allemaal komen. Het is leuk om iets voor vijf man te doen, maar dat is niet mijn stiel. De ambitie is om hier door te groeien tot een paar honderd man die lekker aan de slag gaan. Dat is ook het leukst voor iedereen: gedeelde smart is halve smart!”.

‘Dat is ook het leukst voor iedereen: gedeelde smart is halve smart!’

Fotografie: Roos Koole

Krachten bundelen

Interview met wethouder Baldewsingh

Moerwijk kent nogal wat ‘uitdagingen’. Daar weet wethouder Rabin Baldewsingh onderhand alles van. Als stadsdeelwethouder Escamp is hij sinds 2006 verantwoordelijk voor onder andere Moerwijk. Daar is volgens de bestuurder de afgelopen jaren behoorlijk wat verbeterd, maar hem is duidelijk dat Moerwijk er nog lang niet is. Baldewsingh wil ‘gefocust’ korte metten maken met de grootste problemen: veiligheid, leefbaarheid en werkloosheid.


 

Op het gebied van gezondheid, werkloosheid, huisvesting en veiligheid is er in Moerwijk nog veel te verbeteren. Daar windt wethouder Baldewsingh geen doekjes om. Alhoewel hij niet blind is voor de problemen kijkt hij met een positief gevoel terug op wat er de afgelopen jaren is bereikt. Baldewsingh: “De uitdagingen zijn soms hardnekkig. Toch zie ik dat er vooruitgang is geboekt. Dat stemt me optimistisch”.

PvdA’er Baldewsingh presenteerde eerder dit jaar (2015) met zijn collega-wethouders Van Engelshoven (D66) en Klein (CDA) een groot actieplan om de werkloosheid in Den Haag te bestrijden. Van dit plan moeten volgens hem ook Moerwijkers kunnen profiteren, iets wat goed uitkomt. Want, uit de laatste cijfers van het CBS (juni 2015) blijkt dat 155 van de 1000 mensen in Moerwijk een bijstandsuitkering heeft; 45 van de 1000 hebben een WW-uitkering. Daarmee behoort Moerwijk, met de Schilderswijk, tot de twee Haagse wijken met het hoogste percentage langdurig werklozen.

In totaal trekt de gemeente 68 miljoen euro uit om Hagenaars aan het werk te helpen. Baldewsingh: “Het banenplan is voor de hele stad, maar misschien moet er wel een speciaal actieplan komen voor Zuid-West. Daarin zou dan aandacht moeten zijn voor het opleiden van jongeren. Ook moeten we kijken hoe er leerwerkplekken zijn te realiseren en zullen we ondernemers, van bijvoorbeeld de Businessclub Escamp, moeten mobiliseren om in Moerwijk aan de slag te gaan. Daarbij zie ik kansen voor stadslandbouw in Moerwijk, dat kan banen opleveren”.

Gezonder

Een ander belangrijk onderdeel van de armoedebestrijding die Baldewsingh voor ogen heeft, is het te lijf gaan van de gezondheidsproblemen in Moerwijk. Dat is hard nodig, want Moerwijk staat te boek als ‘de ongezondste wijk van Nederland’. Die weinig eervolle titel dankt Moerwijk aan een onderzoek van RTL Nieuws naar declaraties bij zorgverzekeraars. Mede door de aanwezigheid van veel zorginstellingen in Moerwijk is de som van declaraties groot. Baldewsingh: “We weten dat de gezondheidsproblemen groot zijn; financiële en economische problemen gaan hand in hand met psychische en lichamelijke klachten. Daarbij zijn er ook veel tochtige woningen die de gezondheid ook niet ten goede komen. De sociale wijkteams, corporaties en de zorginstellingen zijn daar gezamenlijk mee bezig. Het is echt een ‘en-en-en partnerschip’, alleen dan kan het werken. Als gemeente willen we ervoor zorgen dat mensen meer gaan bewegen, zodat ze fitter worden: fysiek en mentaal”.

Groener

Om de woningcorporaties te stimuleren hun huizen in Moerwijk op te knappen, werkt Baldewsingh samen met zijn wethouder Joris Wijsmulller (Haagse Stadspartij) die over de sociale woningbouw gaat. “Wijsmuller zal prestatieafspraken maken met de corporaties en ze op die manier uitdagen”, stelt Baldewsingh. Die wil op zijn beurt ervoor zorgen dat omgeving waarin de woningen staan schoner, groener én veiliger wordt. “De ondergrondse vuilafvalcontainers hebben al effect gehad. Er is veel minder rommel, ook wordt het groen beter onderhouden. Maar eerlijk is eerlijk: het is niet altijd even proper. Er zal meer moeten worden gehandhaafd en portieken moeten worden opgeknapt. Ook zijn er ideeën om de wijk te vergroenen. Neem bijvoorbeeld het Heeswijkplein. Dat heeft nu nog een versteende uitstraling, ik wil dat het een park van allure wordt”.

Ondanks de ‘hardnekkigheid’ van de problemen in Moerwijk houdt Baldewsingh moed. Zo is hij hoopvol dat de overlast in en rondom de Jan Luykenlaan kan worden verminderd en dat de inbraakcijfers met meer preventie omlaag kunnen worden gebracht. “Ik heb niet de illusie dat het met één druk op de knop is opgelost. We moeten aan de slag, dat is duidelijk. Maar door de aanwezige krachten in het gebied met elkaar te verbinden en gefocust problemen aan te pakken, ben ik ervan overtuigd dat we Moerwijk met elkaar omhoog kunnen trekken”.

‘De uitdagingen zijn soms hardnekkig. Toch zie ik vooruitgang. Dat stemt me optimistisch’

Fotografie: Roos Trommelen

Moerwijk up to the new lifestyle

Bijschrift: Denise inspecteert de kelderbox van Hulya. Fotografie: Jurriaan Brobbel.

‘Ik wil dat mensen met een brede lach op het gezicht naar huis gaan’

Een groep Moerwijkers heeft zich verenigd en trekt aan de bel bij de woningcorporaties. Onder het motto ‘Moerwijk Up To The New Lifestyle’ willen de initiatiefnemers ervoor zorgen dat de huizen in hun wijk een fikse opknapbeurt krijgen. Ze willen namelijk ‘met plezier’ in Moerwijk wonen.

Op haar laptop laat Denise Rifaela foto’s zien van schimmels en lekkages. “Dit zie je veel hier. Ook ik heb er last van. Je probeert het zelf wel op te lossen, maar die plekken en schimmels komen telkens terug”, vertelt ze terwijl ze naar haar plafond wijst. “Van anderen hoorde ik dat zij ook zulke problemen hebben. Ik wilde er iets aan doen”.

Denise besloot om de ervaringen van haar buren in beeld te brengen om vervolgens als collectief in actie te komen. Dat met de bedoeling de woningcorporaties te tonen wat ze voor hun huurders kunnen doen. Inmiddels staan er op Denise’s laptop tientallen foto’s van huizen in Moerwijk waar het en ander aan mankeert.

Vlakbij Denise woont de Turkse Hulya. Op het eerste gezicht ziet haar woning er keurig uit, iets dat volgens Hulya vooral aan haar zelf is te danken. Schimmels verft ze geregeld weg, maar dat gaat helaas niet met de ‘dure gaskachel’ in haar woonkamer. Daarvan zou ze het liefst meteen worden verlost, maar tot nu toe geeft Hulya’s woningcorporatie, ondanks herhaaldelijk verzoek, geen gehoor aan die wens. Hulya: “Als ik de corporatie bel wanneer er iets kapot is, zeggen ze altijd dat ik moet wachten. Twee, drie dagen later komt er dan iemand”, vertelt ze. “Op zich is dat wel goed, hoor”, reageert Denise.

Na inspectie van Hulya’s kelderbox, met kapot slot, waarin met hevige regenval een laag water komt te staan, wordt de pas ingezet richting Jacintha. “Zij is een van de mensen met wie ik het project doe”, verheldert Denise.

Nieuwbouw

Bij Jacintha thuis gaan de schoenen uit. “Toen ik hier 11,5 jaar geleden kwam wonen, was het echt bouwvallig. Ze zeiden tegen me: knap het maar. Dat heb ik gedaan! Behangen en verven doe ik allemaal. Weliswaar schots en scheef, maar het gebeurt wel…”.
Zelf had Jacintha nooit gedacht dat ze zo lang in haar huis zou wonen. “In 2004 kregen we een brief dat het zouden worden gesloopt. Toen in 2008. Daarna in 2010. Ik had me ondertussen aangemeld voor een nieuwbouwproject, maar dat gaat niet door”.

Ondanks haar eigen handigheid gaan sommige problemen Jacintha boven het hoofd. In de slaapkamer van haar dochter Shenea blijkt schimmel hardnekkig, net als in de badkamer. “Lamar, mijn zoontje, had ineens vanuit het niets bronchitis. Ik denk door dit soort dingen…”.

Samenwerking

Het verhaal van Jacintha komt Denise bekend voor. Ze zegt meer gevallen te kennen van kinderen met bronchitis, maar ook met astma en longontstekingen. Om de problemen voor eens en altijd de wijk uit te krijgen, wil ze samenwerken met gemeente, instanties en corporaties. Denise: “Ik denk dat medewerkers van corporaties vaak niet weten hoe het is om te leven zoals wij. Met ons team willen we dat veranderen. Het doel is renovatie: ik wil namelijk dat mensen voortaan met een brede lach op het gezicht naar huis gaan”.

Om scherper te krijgen wat nodig is om dat te bereiken, organiseert ‘Moerwijk Up To The New Lifestyle’ de komende maanden verschillende bijeenkomsten. Denise: “De eerste drie zijn bedoeld voor bewoners. We sluiten af met een vierde bijeenkomst waarvoor we alle betrokken partijen willen uitnodigen. Als team hebben we al behoorlijk wat in gang gezet, maar we willen ook écht wat voor elkaar krijgen. Ik heb er vertrouwen in dat het kan!”.


Corporaties reageren positief

Woningcorporaties Vestia, Haag Wonen en Staedion staan positief tegenover het initiatief van Denise, maar roepen huurders op hun reparatieverzoeken en klachten altijd zelf te melden. Door snel aan de bel te trekken, kan worden voorkomen dat problemen onnodig verslechteren. Niettemin wijzen de corporaties op de eigen verantwoordelijkheid van huurders. Op hun websites geven de woningbouworganisaties aan wat voor rekening is van huurders en wanneer een onderhoudsmedewerker kan worden ingeschakeld.


Wat gaan de woningcorporaties doen?

Van alle huizen in Moerwijk is 77,6 procent een sociale huurwoning. Woningcorporaties Vestia, Haag Wonen en Staedion zijn daarvoor verantwoordelijk. De komende jaren willen ze de huizen opknappen, waar het kan. In sommige gevallen zijn problemen echter hardnekkig en is het wachten totdat er voldoende geld is om te slopen voor nieuwbouw.

Haag Wonen bezit 2.010 sociale huurwoningen in Moerwijk en zet in op het verbeteren van bestaande gebouwen. In 2015 voltooit de corporatie een ‘Groot Onderhoud- en Verbeterproject’ voor ruim tweehonderd woningen in de Betje Wolffstraat, Melis Stokelaan, Roemer Visscherstraat, Staringstraat, Rhijnvis Feithlaan en de Van Alphenlaan. Eenzelfde project wordt gestart om 145 woningen in de Jan Luykenlaan, Pieter Langendijkstraat, Joan Blasiusstraat en Moerweg te renoveren. Dit zal ‘bloksgewijs’ gebeuren, met het eerste blok wordt in 2015 begonnen. Plannen voor nieuwbouw in Moerwijk heeft Haag Wonen niet.

Vestia, dat een paar jaar terug in grote financiële problemen is gekomen, heeft dit jaar geen concrete plannen voor onderhoud van haar 2.515 sociale huurwoningen in Moerwijk. Dat neemt volgens een woordvoerder niet weg dat Vestia volgens plan ‘open verbrandingstoestellen’ planmatig zal vervangen en dat wordt geïnvesteerd in het verduurzamen van woningen zonder centrale verwarming en enkel glas.

Op langere termijn moet de zogeheten Wijkontwikkelingsmaatschappij Den Haag Zuid-West (WOM DHZW) uitkomst bieden. In deze organisatie werken de gemeente Den Haag en Vestia nauw samen om ondanks de financiële beperkingen van Vestia toch te kunnen ontwikkelen in Zuid-West. De komende tien jaar zal de WOM DHZW zo’n 850 nieuwe woningen bouwen en plusminus 250 renoveren. In Moerwijk zullen de eerste projecten in Moerwijk-Oost worden uitgevoerd. Vestia laat weten dat de bouw van eengezinswoningen in de Wildenborghstaat (koop) in de startblokken staat en dat onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheden tot sloop van woningen in de Hackfortstraat.

Met 3.081 sociale huurwoningen is Staedion de grootste corporatie in Moerwijk. Staedion geeft aan dat het in sommige complexen ramen en kozijnen wil vervangen (bijvoorbeeld Moerweg), maar dat een dergelijk project tijd kost. Individuele meldingen worden voorlopig dan ook niet afgehandeld. Staedion begint eind 2015 wel met een onderhoudsproject voor woningen aan de Nettelhorststraat, Erasmusweg en aan het Westhovenplein. Daarbij worden ramen en kozijnen vervangen en wordt isolatie aangebracht. Verder worden, in bijna alle woningen, de badkamer, keuken en toilet vervangen. Ook wordt centrale verwarming aangebracht, iets dat niet in rekening wordt gebracht bij zittende huurders. Nieuwe huurders zullen wel een hogere huur betalen. Staedion wil in 2015 ook beginnen met onderhoud aan woningen op de Moerweg. Net als Haag Wonen heeft Staedion geen plannen voor nieuwbouw in Moerwijk.

Veel kinderen wonen naast elkaar, maar kennen elkaar niet

De troonrede van Yasmine Qountich

Yasmine Qountich is de jongste Moerwijker met een troonrede. Als woordvoerder van de Kinderraad Moerwijk neemt ze het op voor de kinderen in haar wijk. Voor die groep wil ze meer leuke speelplekken dichtbij hun huizen zodat er vaker samen kan worden gespeeld.


Yasmine woont haar hele leven in Moerwijk. Dat is inmiddels alweer 13 jaar. Als oudste dochter van het gezin probeert ze haar broertje Mohamed (7) en zusje Racha (3) te laten zien dat leren leuk is en dat het voor de toekomst belangrijk is. “Op de basisschool was ik helemaal niet zo bezig met ‘later’, dat is inmiddels wel veranderd. Nu weet ik dat ik mijn best wil doen, voor mezelf”.

Yasmine heeft de smaak van het leren te pakken gekregen en dat heeft meteen resultaat gehad. Van vmbo-t maakt ze de overstap naar een havo-klas. “Het eerste jaar op de middelbare school was best wel zwaar. Ik was vroeger niet goed in ‘woordenschat’ en begrijpend lezen, maar dat is gelukkig anders geworden. Ik weet eigenlijk niet waarom, misschien omdat ik nu pas besef dat leren belangrijk voor me is. Voor een betere toekomst”.

Een concreet doel heeft Yasmine nog niet voor zichzelf gesteld. “Ik vind talen leuk, daar ben ik nu ook best goed in. Maar we moesten bijvoorbeeld ook een flipperkast maken dit jaar. Ik snapte niet goed waarom en vond het ook niet zo leuk… Wat ik later wil worden, weet ik echt nog niet. Mijn ouders zijn in elk geval heel blij en trots dat het goed gaat op school. Volgens mijn vader is het ’t mooiste cadeau dat ik mijn best blijf doen. Niet voor hem, maar omdat ik het zelf wil”.

‘Kinderen bij ons in de buurt gaan eigenlijk niet zo vaak naar buiten’

Wiebelding

Door alle studie-uren is Yasmine weinig aan spelen toegekomen. Daarbij was ze ook druk als vrijwilliger in de Kinderwinkel waar ze andere kinderen met huiswerk hielp. Daarvoor kreeg Yasmine een Haags Jeugdlintje. “Vriendinnetjes vroegen me wel of ik ook naar buiten kwam, maar vaak kwam ik moe thuis of had ik huiswerk. Kinderen bij ons in de buurt gaan eigenlijk niet zo vaak naar buiten: in onze tuin bij de Van Baerlestraat heb je twee schommels en zo’n wiebelding (een wipkip gemaakt met een brommer-onderdeel, red.) en verder alleen maar groen. Voor oudere kinderen zoals ik is er niet veel te doen”.

De tuin mag van Yasmine dus wel een opknapbeurt krijgen. Maar ze weet dat er ook buren zijn die bang zijn dat de jongeren voor overlast zullen zorgen. Daar is Yasmine niet op uit; zij wil vooral dat de nieuwe generatie Moerwijkers meer met elkaar gaat samendoen. “Veel kinderen wonen naast elkaar, maar kennen elkaar niet. Ook is het zo dat kinderen van hun ouders niet naar pleintjes in de wijk mogen vanwege het drukke verkeer en de grotere jongens. Ik zou het daarom fijn vinden als er dichtbij de huizen waar kinderen wonen leuke plekken zijn waardoor kinderen meer met elkaar kunnen buitenspelen”.

Nachtmannen

Iets anders dat Yasmine graag opgelost ziet, is de overlast die ‘de mannen in de nacht’ veroorzaken. “Ik ga niet zomaar over mensen oordelen, dat wil ik niet, maar als ik heel eerlijk ben, vind ik het soms best een beetje eng in de wijk. Laatst hebben ze dure spullen gestolen uit de auto van mijn vader. Dat is hem wel vaker overkomen en hij is niet de enige. Het zijn niet alleen auto’s waarin wordt ingebroken, ook bij winkels gebeurt het. Dat maakt dat het wel gevaarlijk is hier…”.

Desondanks blijft Yasmine het liefst nog jaren in Moerwijk wonen. Maar of dat op de plek is waar ze nu woont? “We hebben een huis met drie kamers en zijn met z’n vijven. Dat is best krap. We zouden dus best een iets grotere woning willen, het liefst in de buurt van waar we nu wonen. Hier hebben mijn ouders vrienden en bekenden, we kennen de plekken en weten in Moerwijk de weg. Mijn moeder zegt dat als je ergens anders naartoe gaat, je weer helemaal opnieuw moet beginnen terwijl we thuis zijn in Moerwijk. Daar ben ik het wel mee eens”.

‘Als ik heel eerlijk ben, vind ik het soms best een beetje eng in de wijk’

Fotografie: Roos Koole

Soeboer opent Javaanse oase in Moerwijk

Het Indonesische restaurant Soeboer is vanaf oktober met ‘Soeboer Garden’ te vinden pal naast station Moerwijk. Op de plek waar jaren een pannenkoekenboerderij heeft gezeten, lokt straks de geur verse saté je naar de Javaanse oase die eigenaar Ragnar Flink er wil creëren. “Als mensen uit eten gaan, willen ze een ervaring. Die krijgen ze bij ons!”, verzekert hij.


 

De Indonesische keuken heeft het moeilijk in Den Haag. Maar waar verschillende restaurants en toko’s de voorbije jaren hun deuren hebben moeten sluiten, opent Soeboer er juist steeds meer. In 2012 breidde het bedrijf al uit met een eethuisje in het Zeeheldenkwartier. De eigentijdse uitstraling van die zaak illustreert waar Soeboer naartoe gaat. Want, alhoewel Soeboer sinds jaar en dag wordt geroemd om haar authenticiteit heeft Ragnar besloten het roer flink om te gooien. “Ons restaurant op de Brouwersgracht ziet er precies zoals het was toen we er 33 jaar geleden begonnen, Tegenwoordig willen mensen dat ouderwetse niet meer. Als mensen uit eten gaan, willen ze namelijk een ervaring. Die krijgen ze straks zeker bij ons in Moerwijk”, aldus Ragnar.

Samen met bedrijfsleider Selma Ettahiri is Ragnar het afgelopen jaar druk geweest het oude pannenkoekenhuis klaar te stomen voor een toekomst als modern Indonesisch eetparadijs. Eigenlijk twee, want op de nieuwe locatie komt zowel een restaurant als een toko om eten af te halen. “De toko wordt een tweelingzusje van de waroeng in de Piet Heinstraat”, verklapt Selma.
Ragnar, van huis uit aannemer, houdt zich eigenhandig bezig met de verbouwing terwijl Selma de organisatie op poten zet. Selma: “Toen Ragnar vertelde dat we daar een vestiging zouden openen, was ik wel even verbaasd. Maar hij heeft het talent om zonder foto’s je iets te laten inbeelden. Nadat hij had verteld wat hij voor ogen had, snapte ik welke kansen hij zag”.

Tuin

Ook anderen kunnen inmiddels zien wat Soeboer in Moerwijk van plan is. Naast de verbouwing aan binnen- en buitenkant van het pand is ook de tuin grondig opgeknapt. Er is een grote vijver aangelegd, een buitenpodiumpje gebouwd waar indo-rockers zullen optreden en voor kinderen is er inmiddels een heuse speelweide. Daarbij komt nog een lounge-terras en een volière met tien tropische vogels. Ragnar: “Een kennis van me bood me de ara’s, een soort papegaaien, aan. Ik dacht: waarom ook niet? Gewoon, omdat het leuk is”.
Alhoewel menigeen de wenkbrauwen fronst bij de keuze voor Moerwijk zijn Ragnar en Selma vooral blij met het besluit daar het mini-imperium uit te breiden. “Ik ben iemand die kijkt naar wat de mogelijkheden zijn. In 1958 zijn we in de Koningstraat begonnen. We komen dus uit de Schilderswijk, op het Noordeinde hebben wij niks te zoeken. In Moerwijk, waar gewone mensen wonen, passen wij juist goed”, stelt Ragnar. Selma weet dat dertig procent van de huidige klanten sowieso uit de omgeving van Moerwijk komt. “Moerwijkers houden van lekker eten, mensen uit Wassenaar genieten meer van een kleine prijs”.

Onvervalst

Met de belofte dat Soeboer Garden “een échte oase” wordt, voedt het personeel de nieuwsgierig die het proeft onder klanten gretig. Tegelijkertijd heeft Selma haar collega’s gevraagd klanten gerust te stellen. Het nieuwe jasje verandert namelijk niets aan de oorspronkelijkheid van de Javaanse keuken die Soeboer op de kaart heeft gezet. Soeboer zal immers nooit gaan goochelen met recepten en houdt vast aan hoe rendang, babi ketjap en saté kambing al eeuwen het beste smaken. Selma: “Laatst vierde een Indische vrouw in ons restaurant haar negentigste verjaardag. Tijdens haar toespraak roemde ze onze keuken omdat ze vindt dat het eten bij Soeboer net zo lekker smaakt als bij haar oma vroeger. Voor ons is dat een prachtig compliment: ze had het niet over haar moeder, maar zelfs over haar oma!”.

Van je klanten moet je het hebben
Hoe belangrijk een goed uithangbord is weten ze bij Soeboer als geen ander. Voor promotie kan het restaurant namelijk al jaren rekenen op hulp van een bijzondere vaste klant: minister-president Mark Rutte. Van jongs af aan komt hij bij Soeboer en het eetplezier betaalt hij graag terug door geen gelegenheid onbenut te laten om in interviews te vertellen over zijn favoriete Indonesische restaurant.

Meer informatie

www.soeboer.nl / facebook.com/soeboer1958

Adressen

Restaurant Soeboer | Brouwersgracht 29
Waroeng Soeboer | Piet Heinstraat 114
Restaurant / Waroeng Soeboer Garden | Assumburgweg 2 (opening medio oktober 2015)

Fotografie: Jurriaan Brobbel

Met Buurtsportvereniging keert ADO terug naar ‘achtertuin

Warmlopen voor een partijtje in het Zuiderpark

Het Zuiderpak was jarenlang de thuisbasis van voetbalclub ADO. Maar nadat de club in 2007 verhuisde naar het moderne Kyocera Stadion liet ADO een gat achter. Dat beseft ook Michel Kouer van ‘ADO in de Maatschappij’. Die stichting wil ervoor zorgen dat ADO zijn ‘oude achtertuin’ Moerwijk weer warm laat lopen voor een partijtje in het Zuiderpark en start in september met de ‘Buurtsportvereniging Het Zuiderpark’.


In het Zuiderpark rijden shovels druk heen en weer op de plek waar ADO ooit zijn velden had, met op de achtergrond Moerwijk. “Hier werd getraind, tegenwoordig doet het eerste elftal dat in het stadion. Onze jeugd is wel altijd in het Zuiderpark blijven trainen”, vertelt Michel. Zelf speelde hij hoog bij de amateurs, als rechtsback, maar tegenwoordig houdt hij zich bezig met talentenscouting én de Buurtsportvereniging Het Zuiderpark. “Als club willen we wat terugdoen voor Moerwijk. We zien het als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat jongeren gaan sporten. Moerwijk is namelijk lang onze achtertuin geweest, maar sinds de club naar het Kyocera Stadion is verhuisd, hebben we er te weinig gedaan. Dat willen we veranderen”.

De sportvereniging is bedoeld voor jongeren tussen de 13 en 17 jaar oud. Niet de makkelijkste leeftijdscategorie, weet ook Michel. “Er zijn dan heel veel leuke dingen te doen, maar wij willen ze aan het sporten krijgen. Dat kan alleen door goede begeleiders voor de groep te zetten. Ze moeten namelijk wel het gevoel hebben dat ze echt iets leren, anders haken ze af. Naast professionals worden ook HALO-studenten (Haagse Hogeschool) ingezet die zo ervaring kunnen opdoen”.

Samenspel

Door samenwerking met de Haagse Hogeschool en ROC Mondriaan moet naast kwaliteit ook de betaalbaarheid van de vereniging worden gegarandeerd. “We weten dat we te maken hebben met een doelgroep die het niet breed heeft. We proberen de contributie daarom zo laag mogelijk te houden: voor 35 euro sport je een heel schooljaar, steeds in blokken van 8 weken. Helemaal gratis maken, heeft niet onze voorkeur. Op het moment dat er moet worden betaald, al is het maar een klein bedrag, heb je meer betrokkenheid. Als iets gratis is, ga je er anders mee om. En elke euro is hier echt wel iets waard”.

De leden van Buurtsportvereniging Moerwijk zullen overigens het eerste jaar aan de andere kant van de Melis Stokelaan aan de slag gaan. “De Sportcampus moet in het najaar van 2016 klaar zijn, tot die tijd gebruiken we de velden van het Roemer Visscher College”, vertelt Michel terwijl hij ernaartoe wandelt. “Hier beginnen we in september, leerlingen van de school krijgen straks allemaal sportles via de buurtsportvereniging”.

Daarmee is de buurtsportvereniging gegarandeerd van zo’n 400 leden, maar Michel streeft naar meer. “Uiteindelijk willen 600 jongeren hebben die sporten. Ze zullen niet alleen voetballen, maar ook zelfverdedigingssporten als boksen en judo staan op het programma. Het zijn sporten die discipline vereisen, dat is voor ons een belangrijk criterium”.

Rolmodellen

Michel verwacht dat het aanbod sporten snel wordt uitgebreid met dans, maar weet dat voetbal zonder enige twijfel op de meeste interesse kan rekenen. “Ze zullen echt niet allemaal de nieuwe Messi worden, maar we zullen ervoor zorgen dat iedereen op zijn niveau de beste training krijgt. Wie wat minder talent heeft, plaatsen we niet in een groep met hele goede voetballers. Dat demotiveert namelijk. Daarbij is het de bedoeling dat ook de profs van ADO clinics gaan geven. We hebben gemerkt dat spelers als rolmodel veel invloed kunnen hebben. Een tijdje terug was ik bij een clinic waar ADO-spelers Malone en Zuiverloon samen met jongeren regels opstelden; hun leraren waren ervan onder de indruk dat ze drie kwartier ademloos hebben geluisterd. Als spelers met jongeren praten over wat mag, zie je dat het echt aankomt”.

Met de sportactiviteiten denkt Michel jongeren in Moerwijk een nuttige tijdbesteding te bieden en teamgeest en discipline te kweken. Bovenal hoopt de projectleider dat jongeren plezier zullen hebben in ‘het spelletje’. “Ik zie wel eens ploegjes die met 14-1 achterstaan, maar toch met z’n allen de bal uit het doel halen als er is gescoord om zo snel mogelijk weer af te trappen. Dat laat zien dat ze plezier hebben én een sporters-mentaliteit!”.

Meer info
www.adodenhaag.nl/maatschappelijk
Fotografie: Jurriaan Brobbel

Op zoek naar een nieuwe roeping in Moerwijk

De Marcuskerk

Steeds harder galmt de roep om verandering door de kerk, maar over hoe die vorm moet krijgen tasten de meeste kerken vooralsnog in het duister. Om antwoorden te vinden, stuurde de protestantse gemeente waartoe de Marcuskerk behoort Bettelies Westerbeek naar Moerwijk. Daar onderzoekt deze missionair pionier hoe de ‘nieuwe kerk’ kan werken. Want alhoewel kerkbanken leeg blijven, geloven kerken niet dat de rol van God helemaal is uitgespeeld.


Bettelies (31) vertegenwoordigt een nieuwe generatie predikanten. Die weet dat het water aan de lippen staat van de kerk en spant zich in voor verandering van het instituut. “Je ziet dat overal kerken dichtgaan en dat niemand ze zal missen, behalve de mensen van de kerk zelf. Vorm en taal staan ver af van de mensen, terwijl de kerk juist een belangrijke functie kan hebben. Duidelijk is dat het oude concept van de kerk niet meer werkt en dat we op zoek moeten naar onze roeping in deze tijd”.

Die opdracht heeft Bettelies vorig jaar naar Den Haag gebracht; ze verruilde haar baan bij een ‘blanke yuppenkerk’ in Utrecht voor een pioniersplek in het hart van Moerwijk. “Ik kende de stad alleen van het Malieveld waar ik wel eens heb gedemonstreerd. Toen ik deze functie tegenkwam, was ik meteen enthousiast. Ik heb tijdens mijn reizen in Afrika en Azië gezien dat kerken van maatschappelijke waarde kunnen zijn. Het leek me interessant naar manieren te zoeken om zo’n connectie ook in Moerwijk te realiseren”.

Het eerste jaar in Moerwijk is Bettelies goed bevallen, al waarschuwden eerste indrukken voor een zwaar jaar. “De cijfers over armoede en werkloosheid in Moerwijk kende ik. Daar kun je heel bang van worden, maar door met mensen uit de wijk te praten werd alles een stuk normaler. Dat neemt niet weg dat ik geschrokken ben van de armoede; mensen worden hier omringd door problemen”.

Aandacht

Panklare oplossingen voor de problemen heeft MarcusConnect niet in petto. Toch gelooft Bettelies dat ze Moerwijkers iets te bieden heeft. “Vaak is er de verwachting dat we op het materiële vlak iets kunnen betekenen. Dat is wel lastig omdat kerken het ook niet breed hebben. Maar we doen wat we kunnen. Zo organiseren we buurtmaaltijden — mensen betalen wat ze kunnen missen — en bieden een oor. Ook hebben we een buurttuin waar iedereen welkom is. Het lijkt soms alsof we weinig kunnen doen, maar voor sommigen betekent contact op zich al heel veel. En wanneer we zien dat iemand professionele hulp nodig heeft, verwijzen we die persoon door”.

De Marcuskerk aan de Jan Luykenlaan moet wat Bettelies betreft een rustpunt zijn in een wijk met sores. In het aanjagen van verbindingen binnen de wijk ziet Bettelies een belangrijke taak weggelegd. “Het gaat er ons niet om op zondagochtend een volle kerk te hebben, MarcusConnect organiseert zelf geen kerkdiensten. Als blijkt dat daar behoefte aan is, zullen we dat misschien wel gaan doen. Het is niet zo dat als je bij ons komt voor een maaltijd dat we de deur op slot doen en je dwingen over Jezus te praten. Ons doel is namelijk niet om iedereen tot geloof te brengen. Natuurlijk kun je bij ons wel over geloofszaken praten, maar er komen ook genoeg mensen die het gewoon leuk vinden om tafelvoetbal te spelen”.

‘Ondanks alle moeilijkheden zijn mensen hier best gelukkig’

Zelf put Bettelies wel veel kracht uit het geloof. Dat helpt de prediktante bij haar missie om als kerkorganisatie van betekenis te zijn voor de wijk en sterkt bovendien haar overtuiging dat er ‘hoop’ is voor Moerwijk. “Het mooiste zou zijn als mensen hier zelf de regie kunnen voeren over hun levens. Want ondanks alle moeilijkheden zijn mensen hier best gelukkig. Ik heb het vertrouwen dat er de komende jaren in Moerwijk écht iets kan ontstaan”.

Meer moestuinen in Moerwijk
De tuin van de Marcuskerk is omgetoverd tot een plek waar groente, fruit en planten groeien en bloeien. Dat is wel eens anders geweest. “Het was een schimmige plek”, omschrijft Bettelies. Met hulp van de gemeente Den Haag en Duurzaam Moerwijk wist ze buurtbewoners te mobiliseren iets goeds te doen met het stuk grond. “Op veel manieren is de tuin symbolisch voor hoe we in Moerwijk werken. Door samen met de buurt groenten en fruit te kweken, ontstaat letterlijk nieuw leven. Het is ook een ontmoetingsplaats. We zaaien er dingen waarvan we nog niet weten hoe groot het zal worden. Het helpt ook dat er in Moerwijk veel mensen wonen die in hun thuisland gewend waren zelf voedsel te verbouwen”. Het project krijgt naar alle waarschijnlijkheid in 2016 een vervolg. Zo moet er een markt komen waar alle gewassen uit de tuin te koop zijn en worden op meer plekken in Moerwijk moestuinen aangelegd in binnentuinen. Fonds1818 zal daarbij een belangrijke partner zijn. “Als fonds ondersteunen we maatschappelijke initiatiefnemers en proberen we ze uit te lokken. Dat doen we ook in Moerwijk, één van de wijken in Den Haag waar het stukken beter kan. Onze ervaring is dat buurttuinen een positief effect hebben op de omgeving omdat ze voor het groen belangrijk zijn en de sociale cohesie bevorderen. Samen in de aarde wroeten schept namelijk een band”, aldus fondsdirecteur Boudewijn de Blij.

Update:
MarcusConnect is inmiddels Geloven in Moerwijk gaan heten en heeft zich inmiddels tot een heuse huis+tuin+keuken=kerk ontwikkeld

Meer info
www.marcuskerk-denhaag.nl 
www.facebook.com/marcusconnect 
www.fonds1818.nl
Adres Marcustuin: Jan Luykenlaan 92a
Fotografie: Jurriaan Brobbel

Succes is niet afhankelijk van waar je woont

De troonrede van Martin Muamba

Als puber ontvluchtte Martin Muamba (28) zijn thuisland Congo en kwam hij uiteindelijk terecht in Moerwijk. Ruim 6000 kilometer van zijn geboortegrond vandaan zou Martin graag zijn toekomst opbouwen. In Moerwijk kan volgens hem namelijk iedereen succes hebben.

Inmiddels woont Martin alweer veertien jaar in Nederland. Zijn ouders die in Congo achterbleven, heeft hij net als zijn thuisland nooit teruggezien. Het regime vond dat zijn vader dingen deed die niet mochten. Over wat er precies is gebeurd, spreekt Martin liever niet. Hij beschrijft het als een ‘verschrikkelijke gebeurtenis’. “Een vriend van mijn vader besloot me naar een plek te brengen waar ik veilig zou zijn. Hij hielp me vluchten, dat was voor hem ook gevaarlijk. Ik kwam in Nederland terecht, eerst in een asielzoekerscentrum. Daar heb ik een jaar gewacht om te weten naar welk opbouwhuis ik zou gaan”.

‘Het liefst blijf ik in Moerwijk. Het is weliswaar geen paradijs, maar ik voel me er inmiddels wel thuis’

Aanvankelijk werd de asielprocedure afgewezen. Na een beroepszaak kreeg Martin alsnog de AMA-status voor minderjarige asielzoekers, waarna hij onderdak kreeg in een opvanghuis. In plaats van op straat rond te hangen, koos Martin voor een andere tijdsbesteding. “Ik begon veel boeken te lezen, over verschillende culturen. Het was een van de weinige dingen die ik kon doen. Ook besloot ik dat ik per se de Nederlandse taal wilde leren, omdat ik het als een verplichting zag door te studeren. Willem Kramer van Vluchtelingenwerk heeft me daar ontzettend bij geholpen. Hij gaf me woordenboeken en we spraken een paar keer per week af zodat ik Nederlands zou praten”.

Ondernemerschap

Die inspanningen hebben hoorbaar resultaat gehad. Al klinkt zijn moederstaal Frans door in elk woord dat hij uitspreekt, in het Nederlands kan Martin zich goed uitdrukken. Zijn taalvaardigheid nam Martin mee naar school; aan het ROC Mondriaan behaalde hij verschillende diploma’s. “Met een vriend startte ik in 2005 een schoonmaakbedrijf. Dat ging hartstikke goed, we hadden veel grote klanten. We maakten kantoren en verschillende kledingwinkels in het centrum van Den Haag schoon”. Na een paar jaar moest Martin de deuren van het schoonmaakbedrijf sluiten. Zijn verblijfsvergunning liet en laat niet toe dat hij werkt, ook niet als zelfstandig ondernemer.

De ‘vrije tijd’ doodt Martin met een oude gewoonte; hij bezoekt vaak de bibliotheek en bereidt zich voor op het moment dat hij mag werken. “Ik schrijf projectplannen voor organisaties in het buitenland, dat gaat allemaal via internet. Ook heb ik in het kader van de krachtwijken het project ‘Welkom in Congo’ georganiseerd waarmee ik op een laagdrempelige manier mensen wilde laten kennismaken met mijn cultuur. Een ander project ging over vooroordelen”.

Die ervaringen neemt Martin mee naar de toekomst. Want, al zijn er dagen dat hij moedeloos door Moerwijk sjokt, houdt hij hoop. “Het doel was om naar de universiteit te gaan en professor te worden, maar dingen zijn anders gelopen… Nu werk ik toe naar het moment dat de IND, hopelijk, besluit dat ik hier mag blijven en kan werken. Ik wil een adviesbureau beginnen voor organisaties die in Afrika projecten willen doen. Dan kan ik zelf voor mijn vierjarige dochtertje Bea zorgen die bij haar moeder in Brussel woont”.

‘Om het grote probleem op te lossen, zou er meer aandacht moeten zijn voor individuele problemen’

Aftellen

In februari 2016 hoort Martin of hij een permanente verblijfsvergunning krijgt. Hij telt de dagen af. “Congo had geen plekje meer voor me, maar doordat ik niet weet of ik mag blijven, leef ik elke dag met grote onzekerheid. Dat voelt helemaal niet veilig, eerder als gevangenschap. Op een bepaalde manier accepteer je dat. Het liefst blijf ik in Moerwijk. Het is weliswaar geen paradijs, maar ik voel me er inmiddels wel thuis. Daarbij geloof ik erin dat succes niet afhankelijk is van waar je woont, wel van wat je doet”.

Ondanks de problemen in Moerwijk zou Martin er dus graag blijven. “Er wordt veel gesproken over onveiligheid, maar voor mensen uit Afrika voelt Moerwijk heel veilig. Het lijkt wel één groot probleem, maar als je goed kijkt, zie je dat er veel verschillende oorzaken zijn voor de problemen in de wijk. Om die op te lossen, zou meer aandacht moeten zijn voor individuele problemen”.

Fotografie: Roos Koole