2016 – De stadsdeeldirecteur

Achter het Zuiderpark wonen ook mensen!

Moerwijk heeft het de laatste jaren flink voor de kiezen gekregen. Stadsdeeldirecteur René Baron is dan ook blij dat het tij zich zichtbaar keert, maar weet dat er nog genoeg werk aan de winkel is om het perspectief van de wijk definitief te veranderen. “We moeten anders naar de wijk gaan kijken”, stelt hij.

Voorbijgangers zullen vreemd hebben opgekeken toen ze drie volwassen mannen in de indianentuin bij de Zijpendal-straat zagen. Maar René had er zo zijn bedoelingen mee om juist daar voor een interview af te spreken. De plek staat immers symbool voor de toekomst van Moerwijk. Zo worden er door de Wijk-ontwikkelingsmaatschappij Den Haag Zuidwest nieuwe woningen gebouwd en ligt de speelplaats op steenworp afstand van het Heeswijkplein, dat in samenwerking met bewoners opnieuw wordt ingericht. Bovenal is de indianentuin een plek waar de kinderen van Moerwijk onbezorgd, veilig moeten kunnen spelen terwijl ze hun fantasie de vrije loop laten. René: “We willen wie hier opgroeit vasthouden en ervoor zorgen dat ze hier kunnen blijven wonen. Daarvoor zijn meer nieuwe, goede woningen nodig. Juist voor Zuidwest, met Moerwijk, zien we dat de woningvoorraad niet best is”. Op dat vlak valt nog veel terrein te winnen. Door de financiële problemen van Vestia en de beperkingen die de nieuwe Woningwet
de corporaties (ook Haag Wonen en Staedion) oplegt, is de ontwikkeling van Moerwijk immers behoorlijk in het slop geraakt. Inmiddels zijn de corporaties en andere bouwpartijen echter aan de beterende hand en verwacht René dat er meer nieuwbouw en grondige renovatie van woningen komt. “Naast sociale huur zijn koopwoningen en wat duurdere huurwoningen nodig. Dat voorkomt dat Moerwijk eentonig blijft. Voor een wijk is het belangrijk dat er voor ieder wat wils is: diversiteit zorgt voor dynamiek. Het moet dan wel ‘substantieel’ zijn, dus niet een paar losse huizen. Neem bijvoorbeeld het Erasmuspark bij de Leyweg, waar 600 woningen zijn gebouwd en er een heel leuk en krachtig buurtje is ontstaan”.

‘Moerwijk heeft een eigen treinstation en ligt tussen twee prachtige groengebieden’

Afgezien van nieuwe woningen wil René ook andere ‘uitdagingen’, zoals armoede, werkloosheid, overlast en (on)gezondheid aanpakken. Simpel zal dat niet zijn, maar kansen zijn er tegenwoordig meer dan ooit. Dat komt mede doordat ‘de politiek’ meer oog en gevoel heeft gekregen voor de wijken van Escamp. “Van oudsher zijn bij stads-vernieuwing eerst de wijken in de gordel rond het centrum, zoals de Schilderswijk, aan de beurt geweest. Moerwijk, eigenlijk heel Zuidwest, is daardoor op relatieve achterstand komen te staan. Ik heb me er hard voor gemaakt dat achter het Zuiderpark ook mensen wonen, dat daar zelfs een hele stad ligt, en wil de achterstand die er is gaan inlopen”.

Knoeperds

René denkt dat het helpt om op een andere manier naar de wijk te gaan kijken. “Moerwijk heeft een eigen treinstation en ligt tussen twee prachtige groengebieden, Overvoorde en het Zuiderpark. Ook is het centrum relatief dichtbij. Verder krijgen we straks een knoeperd van een bedrijf in het Zuiderpark: de nieuwe Sportcampus met 1.600 studenten. Ik zou het dood-zonde vinden als Moerwijk daar, als aangrenzende wijk, niet van profiteert”. Vanuit het stadsdeel zijn ambtenaren daarom bezig ervoor te zorgen dat de ‘knoeperd’ Moerwijkers direct wat oplevert. Dat is volgens René meer dan werkgelegenheid. “Het zou mooi zijn als bedrijven die worden ingehuurd, voor schoonmaak en beveiliging, bewust mensen uit Moerwijk aannemen, de zogeheten ‘social return’. Ook leveren al die studenten nieuwe mogelijkheden op; misschien moeten hun fietsen wel worden opgeknapt. Dat kunnen ze vaak zelf niet. Dat zie ik ook bij mijn eigen jongens; die vragen het aan pa…”.

De sportstudenten heet René van harte welkom; ze hebben Moerwijk immers ‘iets extra’s te bieden’. Tussen de 100 en 200 studenten zullen in de wijk gaan wonen, mogelijk in
de buurt van de Jan Luyken-laan. Daarmee worden dan twee vliegen in één klap geslagen: door faciliteiten te bieden die passen bij de nieuwe bewoners kan de overlast die daar is worden teruggedrongen. De Stationsbuurt ziet René als hét voorbeeld van hoe dat ‘werkt’. “Dat was 20 jaar geleden nog echt een gribus, maar doordat er is ingezet op studenten is de wijk helemaal tot bloei gekomen, met koffietentjes en winkeltjes die voor een goede sfeer zorgen. Natuurlijk zal Moerwijk nooit een chique wijk zijn, zoals het Statenkwartier, maar als het een beetje meer zoals de Stationsbuurt wordt, kunnen we heel tevreden zijn”.

‘Ik zou het doodzonde vinden als Moerwijk niet van de Sportcampus profiteert’

Renee Baron (1)

De Indiaase keuken van Neelam

Een kijkje in de keuken van Moerwijk

 

Rond etenstijd kun je in Moerwijk zo’n beetje de hele wereld op straat ruiken. Wat er op tafel wordt gezet, blijft echter vaak een raadsel. Moerwijk Magazine nam daarom een kijkje in de keuken van thuiskoks die hun recepten graag delen.


 

Neelam houdt van pittig eten en het schaaltje kruiden dat ze voor haar ‘chapati’s’ nodig heeft, doet het bezoek al watertanden. “Officieel heet het Paratha. Het lijkt op Surinaamse roti, maar dan anders”, verklapt Neelam.

Ze woont acht jaar in Den Haag en spreekt de Nederlandse taal inmiddels goed. “Als ik te snel praat, moet je het zeggen! Dat hoor ik wel vaker…”. Voor een huwelijk met een Nederlandse Indiër verhuisde ze van Delhi naar Morgenstond. Tegenwoordig is ze ‘independent’ en woont ze ruim twee jaar met haar zoontje in Moerwijk. “Ik heb oude Indiase geschiedenis gestudeerd, maar aan dat diploma heb ik hier niet veel. Ik heb daarom een mbo-opleiding tot management assistent gevolgd”.

Met dat kakelverse diploma wil Neelam zo snel mogelijk aan de slag. “In India heb ik in marketing en human resources gewerkt. Het liefst zou ik zoiets doen voor een ngo, een organisatie met een maatschappelijk doel”.

Een carrière als professioneel kok zit er dus niet in. “Het is me weleens gevraagd, maar koken moet mijn hobby blijven! Ik heb een tijdje voor Thuiskoks070 gekookt — dan komen mensen na hun werk eten ophalen — maar mensen beseften niet hoeveel werk er in Indiase gerechten zit. Soms moest ik voor vijftien man koken en stond ik een hele dag in de keuken. Dat wil ik niet!”, klinkt het resoluut.

Spetters

Ook de chapati’s (paratha) met Palak Paneer blijken bewerkelijk. Met zorg worden de kruiden en specerijen van het schaaltje in de pan getild. “We gebruiken veel olie in de Indiase keuken, dat levert spetters op”, verheldert Neelam terwijl ze naar de tegels wijst. Als het kruidenmengsel smaakt zoals Neelam wil dat het proeft, dompelt ze de spinazie erin onder. “A la crème: Indiase mensen houden van romige gerechten”.

Bij het maken van de broodjes schiet vriendin Asma te hulp die tot dan toe met haar dochter op de achtergrond bleef. “Zij is Pakistaans”, licht Neelam in. Alhoewel India en Pakistan als landen vooral met elkaar in conflict zijn, vertonen Neelam en Asma een natuurlijke synergie. “Vroeger, in India, dacht ik dat er alleen maar slechte mensen woonden in Pakistan. Dat krijg je zo aangeleerd, maar hier in Nederland ben ik daar anders over gaan denken. Asma is gewoon een lieve vriendin”.

Roller

Om te voorkomen dat eten moet worden weggegooid of dat bezoek met een rammelende maag naar huis gaat, informeert Neelam attent of ze grote eters in huis heeft. Beleefde antwoorden neemt ze met een korreltje zout; ze heeft met eigen ogen al een inschatting gemaakt. De deegbolletjes worden plat gerold om vervolgens krokant te worden gebakken. “Je moet wel volkorenmeel gebruiken, dat is lekkerder én gezonder.”.

Uit Pakistaanse hoek klinkt instemming waarna Neelam haar vriendin vraagt de paneer — Indiase cottage cheese die neigt naar ricotta — te bakken. “We eten vaak vegetarisch, vandaar de cottage cheese. Je zou ook aardappel of kipfilet kunnen gebruiken”.

Na ruim een uur zijn de chapati’s gebakken en is de Palak Paneer zo goed als klaar. De spetters heeft Neelam ondertussen van de tegels geveegd en ook het aanrecht is zo goed als opgeruimd. Neelam: “Nu nog de raita!”. Van komkommer, yoghurt en korianderpoeder maakt ze in een handomdraai dit bijgerecht waarna de maaltijd kan worden geserveerd op een eettafel die een restaurant suggereert. “Ik had van tevoren gedekt, leek me wel zo gezellig. Er ligt wel wat bestek, maar wij eten met onze handen”.

Toetje

Nieuwsgierig aanschouwt Neelam hoe haar kookkunsten het bezoek smaken. “Is het lekker? Niet liegen! Daar houd ik niet van…”, klinkt het haast streng. Uit de bijna lege pan en een eenzame paratha die ooit samen met tien andere een stapel vormde, kan Neelam maar één conclusie trekken: het heeft bijzonder gesmaakt.

Over de afwas hoeft het bezoek zich niet druk te maken. “Toen ik hier kwam wonen had ik de keuze tussen een vaatwasser of een televisie. Ik koos het eerste!”, zegt ze fier. Het kleine beetje eten dat is overgebleven, doet Neelam in de koelkast. “Voor morgenochtend… Dat zijn jullie natuurlijk niet gewend, maar in India is het heel normaal om ’s ochtends warm te eten. Willen jullie trouwens Indiase chai?”.

Zo’n kopje thee lust het bezoek wel. Maar hoe zit het eigenlijk met Neelam? Is de Nederlandse keuken aan haar wel besteed? “Alleen als ik geen zin heb om te koken. Dan maak ik aardappels, vlees en groente. Dat is niet zo vaak…”, antwoordt ze scherp.

Fotografie: Jurriaan Brobbel

De Thaise keuken van Mayura

Een kijkje in de keuken van Moerwijk

 

Rond etenstijd kun je in Moerwijk zo’n beetje de hele wereld op straat ruiken. Wat er op tafel wordt gezet, blijft echter vaak een raadsel. Moerwijk Magazine nam daarom een kijkje in de keuken van thuiskoks die hun recepten graag delen.


 

De Thaise Mayura staat erom bekend ‘verrukkelijk’ te koken en dat mogen best meer mensen weten. “Ik ben bezig met het opzetten van een cateringbedrijf, waarschijnlijk een foodtruck waarmee we het hele land door willen en op festivals kunnen staan”, vertelt ze.

Met haar opleiding tot pedagogisch medewerker zal ze niet veel doen. Samen met haar vriend Wilfred, met wie ze drie kinderen heeft, sleutelt ze aan een bedrijfsplan. “Ik zou in de kinderopvang kunnen werken, maar dat lijkt me eigenlijk niets. Met je eigen kinderen is het toch anders. Ik heb liever een cateringbedrijf. Als het bedrijfsplan wordt goedgekeurd, kan ik een beetje subsidie krijgen van de gemeente. Dat zou fantastisch zijn”.

Wilfred die eerder het schrijvende en fotograferende bezoek binnenliet, doet vanavond schijnbaar dienst als gastheer van het thuisrestaurant. Want terwijl Mayura het vuur onder de wok aansteekt, laat hij ook Vaneza binnen die wat verbaasd opkijkt van het keukenbezoek. Mayura: “Ze is mijn beste vriendin en kan trouwens ook heel lekker koken!”.

De blos op de wangen verraadt dat Vaneza het compliment waardeert. Toch is Mayura volgens haar de betere kok van de twee. Ze verheugt zich op de groene curry die Mayura op het menu heeft gezet. Mayura: “We zijn trouwens ‘flexitariërs’, is dat een probleem? Dat betekent dat we vaak vegetarisch eten, heel soms vlees. Dat leek me voor onze kinderen beter en ik heb eens een documentaire gezien over hoeveel vlees er dagelijks wordt weggegooid. Die heeft indruk op me gemaakt”.

Basilicum

De groene curry die Mayura bereidt, is ‘in principe’ een vegetarisch gerecht, maar speciaal voor de vleeseters in het gezelschap heeft ze kipfilet achter de hand. “Ik gebruik nu zoveel mogelijk ingrediënten van Albert Heijn zodat iedereen het kan maken. Je moet wel de kokosmelk van Aroy-D nemen, dat is de beste. Niet die oranje blikjes dus! En je hebt wel echt Thaise basilicum nodig. Die heeft Albert Heijn niet, een goede toko wel”.

In de keuken is ondertussen ruikbaar geworden dat de currypasta in de pan zit waarop Mayura een eerste lichting groenten in de wok doet. “Je moet met de harde groentes beginnen, die hebben het langst nodig om gaar te worden”, verheldert ze de volgorde.

Wilfred heeft zich inmiddels ontfermd over de witte rijst en krijgt bij het dekken van de tafel hulp van Vaneza. De Thaise aroma’s dwarrelen dan al door het hele huis. “Mijn moeder kon ook heel lekker koken, maar het meeste heb ik van mijn zus geleerd. Al kan ze heel lekker koken, in Thailand smaakt het eten toch het lekkerst. Ik was vier jaar toen we naar Nederland kwamen. Elk jaar gingen we twee keer terug, maar dat is er helaas al een tijd niet meer van gekomen…”.

De weemoed die doorklinkt, wordt al snel opgevolgd door smakelijke herinneringen aan de reizen. “Als ik daar ben, ben ik de hele dag op de markt om dingetjes te proeven. Standaard kom ik er dan zeker zeven kilo aan”.

Als ook de zachte groenten in de wok zijn beland, zet Mayura een pannetje met gesneden kipfilet op het vuur. “Dan blijft het zacht, Nederlanders houden daar meestal niet van. Die willen het graag krokant meegebakken hebben”.
Na een halfuurtje is Mayura’s groene curry klaar, maar gegeten wordt er pas als een essentieel bijgerecht is gemaakt. “Voor als je van pittig eten houdt”, waarschuwt ze. Van vissaus, Thaise chili, gesneden koriander en limoen maakt ze een brouwsel dat in een klein schaaltje alle hoeken van de eettafel ziet. De curry smaakt het bezoek namelijk bijzonder goed, net als het scherpe sausje. Daarvan maakt Mayura tijdens het diner met zichtbaar plezier nog wat bij. Ook dat schaaltje komt met gemak op.

Fotografie: Jurriaan Brobbel

Pauls anti-inbraaktips

‘Heel Moerwijk is een hotspot wat inbraken betreft’

Om het aantal inbraken in Moerwijk omlaag te brengen, probeert de gemeente Den Haag bewoners bewust te maken van wat ze zelf kunnen doen. Alhoewel het nodige al uit de kast is gehaald, ziet Paul van Min, projectleider preventie, nog genoeg verbeterpunten in de wijk. Hij hoopt dat Moerwijkers snel tot actie overgaan, want de hele wijk is ‘een hotspot’.


Lang duurt het niet voordat een wandeling door het Puntje van Moerwijk met Paul als gids de eerste problemen aan het licht brengt. Al bij de eerste voordeur wijst hij op de kwaliteit van het ‘beslag’. “Dit heeft twee sterren. Dat betekent dat het een inbreker vier minuten ophoudt, maar daarna is-ie gewoon binnen”. De buren blijken echter over een beter beslag te beschikken, maar ook daarover is Paul kritisch. “Dat vertraagt vijf minuten, maar inmiddels hebben inbrekers gereedschap waarmee ze de cilinder van het slot binnen één minuut eruit krijgen. Als je het op slotengebied goed wilt doen, heb je ‘kerntrekbeveiligd beslag’ nodig. Dat vinden dieven vervelend”.

‘Na 4 minuten is een inbreker gewoon binnen!’

Zes jaar geeft Paul al voorlichting aan bewoners van Den Haag over wat ze kunnen doen om inbrekers buiten de deur te houden. “Het aantal overvallen en inbraken was flink toegenomen. Daarop besloten we met allerlei partijen de krachten te bundelen om deze vormen van criminaliteit terug te dringen”, verklaart hij.

Met verschillende campagnes is gepoogd de cijfers omlaag te brengen. Alhoewel de aantallen daardoor “behoorlijk zijn teruggelopen” is Paul nog niet helemaal gelukkig met de resultaten. “Wat inbraken betreft is heel Moerwijk nog steeds een hotspot. Mensen moeten zich bewust worden van hun eigen gedrag. Dat betekent dat ze deuren op slot doen, ramen niet open laten staan en ervoor zorgen dat ze het inbrekers niet onnodig makkelijk maken. In het algemeen geldt dat inbrekers een hekel hebben aan licht, lawaai en aandacht. Een goed verlicht portiek of een brandende lamp in de tuin zou veel inbrekers al afschrikken. Om het overklimmen van schuttingen en het opklimmen van schuurtjes te voorkomen, kunnen prikkeldraad en broekenscheurders worden geplaatst. Maar gebruik die dan wel op functionele plekken!”.

Trucjes

Tijdens de rondgang door het Puntje worden weinig goede voordeuren gevonden. Wel is duidelijk dat de sticker van de SDNA-campagne als afschrikmiddel op menig voordeur is geplakt. Bij deze actie kregen Moerwijkers een spray om kostbaarheden te voorzien van een druppel DNA-vloeistof, waarmee van diefstal afkomstige goederen kunnen worden herleid naar de eigenaar. Ondanks de sticker schat Paul in dat het betreffende huis ‘een makkie’ is voor een beetje inbreker. “De cilinder van het slot steekt veel te ver uit, daar zetten dieven een tang op en wrikken de cilinder gemakkelijk kapot: die deur hebben ze dus zo open. Het bijzetslot is op schouderhoogte geplaatst in plaats van op kniehoogte. Een deur wordt altijd op kniehoogte opengetrapt, daar kun je namelijk met je voeten veel meer kracht zetten dan met je handen op schouderhoogte. Op die plek moet je dus extra beveiligen. Ook zie ik geen ‘spion’ waarmee je van binnenuit kunt zien wie er voor de deur staat. En, zoals bij veel woningen, is de brievenbus op dezelfde hoogte als het slot. Met een kleerhanger van de stomerij kun je simpel via de brievenbus het slot opentrekken”.

Het zijn zomaar wat observaties van Paul die aantonen dat hij ondanks zijn pensioengerechtigde leeftijd nog volop aan de bak kan. “Er moet echt nog wel wat gebeuren hier, zeker op het gebied van bewustzijn. De meeste inbraken zijn zogeheten ‘gelegenheidsinbraken’, gepleegd door personen uit de buurt. Van inbrekers weten we dat ze het liefst opereren in een straal van 2 kilometer rondom hun eigen huis. Daar kennen ze de vluchtroutes en weten ze wat er valt te halen”.

Wat er buit te maken is, laat zich in sommige gevallen makkelijk raden.“Daar zie je allemaal dozen aan de weg staan van tv’s en computers. Al zijn de meeste dieven tegenwoordig geïnteresseerd in kleinere dingen als sieraden, smartphones en laptops, is het niet verstandig die dozen maar gewoon voor je deur te zetten. Dan kun je net zo goed een uitnodiging sturen!”.


Pauls anti-inbraaktips

  • Sluit ramen en deuren
    Ga je (heel even) de deur uit? Doe de deur achter je dicht, en op slot! Dat geldt ook voor ramen. Een kiertje is voor een inbreker al genoeg om zich naar binnen te werken.
  • Buiten/portiekverlichting
    Zorg voor werkende verlichting van je portiek, bij de voordeur of in de tuin. Inbrekers houden niet van licht en aandacht.
  • Kerntrekbeveiliging van deurbeslag
    Op het deurbeslag van de buitendeur staat met sterren aangegeven hoe inbraakvertragend het slot is. 3 sterren is maximaal (vertraagt 5 minuten), maar tegenwoordig is het beste om 3-sterrenbeslag met zogeheten kerntrekbeveiliging te hebben. Dat vinden inbrekers het vervelendst.
  • Brievenbus
    Als een brievenbus op dezelfde hoogte zit als het slot, plaats dan een bakje aan de binnenkant. Zo voorkom je dat inbrekers met een klerenhanger het slot van buiten via de brievenbus kunnen openmaken.
  • Kijkgat
    Weet wie je binnenlaat! Met een zogenaamde ‘spion’ kun je van binnenuit zien wie er voor de deur staat en of je dus met een gerust hart kunt opendoen.
  • Bijzetsloten
    Bijzetsloten zijn als extra slot bedoeld. Twee bijzetsloten is het beste: een op schouder- en een op kniehoogte. Als je maar één bijzetslot wilt plaatsen, doe dat dan op kniehoogte. Op dat punt kunnen inbrekers met hun benen de meeste kracht zetten om een deur open te trappen. Een bijzetslot maakt dat lastiger.
  • Intercom
    Veel huizen in Moerwijk hebben een intercom. Dat is handig omdat je niet helemaal naar beneden hoeft om iemand binnen te laten, maar open niet klakkeloos als er wordt aangebeld. Vraag de aanbeller om zijn naam, wat hij/zij komt doen en bepaal dan pas of het bezoek gewenst is!
  • Vervang sloten
    Als het goed is, vervangen woningcorporaties voor nieuwe huurders de cilinders van sloten, maar vraag er toch maar even naar. Het is heel vervelend als een oude bewoner terugkomt voor jouw spullen. Zorg er trouwens ook voor dat niet iedereen de sleutel van jouw huis heeft, maar vertrouw slechts een enkeling een reservesleutel toe.
  • Verpakkingen
    Heb je een nieuwe laptop, tablet of smartphone? Gefeliciteerd! Maar let op wat je met de verpakking doet.Verscheur de dozen als je ervan af wilt en breng ze dan naar een papierbak. Zorg er in elk geval voor dat anderen het verpakkingsmateriaal niet kunnen zien.
  • Digitale tijdschakelklok
    Als je een paar dagen of weken weggaat, schaf dan een digitale schakelklok aan. Daarmee kun je per dag instellen hoe laat het licht moet gaan branden en hoe laat het uit moet gaan. Als het licht elke dag op hetzelfde moment gaat branden en ook iedere dag op hetzelfde tijdstip uitgaat, zal dat namelijk ook opvallen. Een digitale tijdklokschakelaar koop je bij de bouwmarkt al voor 15 euro.
  • Regenpijpen
    Via de regenpijp klimmen inbrekers zo omhoog naar een openstaand raam of balkon. Om ze te ontmoedigen, kun je prikkeldraad aan de pijp bevestigen. Nog beter is een ‘broekscheurder’ waarmee je de regenpijp als route bijzonder onaantrekkelijk maakt.
  • Facebook
    Natuurlijk wil je het iedereen laten weten als je op vakantie gaat, maar misschien zijn Twitter en Facebook niet de media om de hele wereld te laten weten wanneer je niet thuis bent? In behoorlijk wat gevallen, worden inbraken gepleegd op basis van informatie die via Faceboek of Twitter wordt verkregen. Stuur familie en/of kennissen liever een ansichtkaart.
Fotografie: Jurriaan Brobbel